Pas op voor werkgever 5.1

Net als in het bedrijfsleven overheerst in het onderwijs soms de vernieuwingsdrang en vliegen nieuwe termen en doelstellingen je om de oren. Zo hoort mijn wederhelft op de middelbare school waar hij werkt de laatste jaren veel over het aanleren van “21st century skills”, die onontbeerlijk zouden zijn op toekomstige arbeidsmarkt.

Het idee is dat werkgevers straks zullen wedijveren om de gunst van deze ‘young potentials’ met ’21st century skills’ (want in het Engels klinkt het blijkbaar altijd succesvoller. Daar schuilt nog wel een blog in…). Dat wedijveren, dat zien we nu al. De arbeidsmarkt is ongekend krap. Toch wil iedere werkgever de beste kandidaat. Een werknemer 2.0, of liever nog: 3.0.

Maar hoe zit het met die werkgever zelf? Is de baas ook 21st century proof? Laten we niet vergeten dat veel van de huidige directeuren en hoge managers tot de babyboomgeneratie behoren, die hele andere normen heeft dan de huidige generatie werknemers. Voor veel hedendaagse werknemers zijn bijvoorbeeld sociaal werkgeverschap, sfeer en werk-privé balans inmiddels belangrijker dan salaris of een vast contract. Toch zie je veel organisaties de focus nog op geld en zekerheid leggen als ze hun aantrekkelijkheid als werkgever willen vergroten.

De inmiddels beroemde uitspraak ‘people do not quit their companies, they quit their bosses’ slaat de spijker op zijn kop. Salaris en functie-inhoud zijn vaak niet doorslaggevend voor vertrek, de verstandhouding met je werkgever wèl. Voor jou als werknemer is het dan ook minstens zo belangrijk om te weten of de normen van je (toekomstige) werkgever wel matchen met de jouwe. Want gelukkig heb jij in de huidige arbeidsmarkt best iets te kiezen! Daarom hieronder een aantal uitspraken die een waarschuwing zijn dat je te maken hebt met een ‘werkgever 5.1’ (naar analogie van het tekstverwerkingsprogramma uit de jaren ’80), en dat je er misschien wel beter aan doet verder te kijken.

1. “Iedereen is vervangbaar (behalve ik)”

Werknemers zijn geen objecten. Ze zijn opvolgbaar, maar niet vervangbaar. De uitspraak dat iedereen vervangbaar is, geeft aan dat je werkgever je uitsluitend ziet als vervuller van een functie, en onvoldoende waardering heeft voor jou als mens, en voor jouw unieke betrokkenheid bij de organisatie. Je gewaardeerd voelen is voor vrijwel ieder mens essentieel, ook op het werk. De overtreffende, maar veel voorkomende variant is de baas die van mening is dat alleen hij/zijzelf onvervangbaar is. Ondernemers die hun bedrijf vanaf de eerste steen hebben opgebouwd, zijn nog weleens geneigd tot deze houding. Als medewerker kun je beter gelijk ophouden met nadenken, want aan de baas kun je toch nooit tippen. En als je dat wel kunt, zou hij/zij zich hierdoor bedreigd kunnen voelen. Wegwezen!

2. “Daar word je toch voor betaald?”

Ik zei het al: iedere werknemer wil waardering ervaren, en waardering is zoveel meer dan financiële beloning. Het betekent dat je af en toe wilt horen dat je goed werk levert, dat je inzet opgemerkt wordt en dat je iets bijdraagt. Natuurlijk moet er óók ruimte zijn voor opbouwende kritiek. Maar de werkgever die je alléén hoort als iets fout gaat, en het goede nooit benoemt ‘omdat je daar toch voor betaald wordt’, begrijpt het niet. Oké, een arbeidsverhouding betekent dat jij prestaties levert en in ruil daarvoor een salaris ontvangt. Maar als je werkgever dat opvat als een excuus om je inzet als vanzelfsprekend te beschouwen, dan is het misschien hoog tijd om verder te kijken.

3. “Wie parttime werkt, heeft geen ambitie.”

Een boude uitspraak, maar toch vaak gesuggereerd of zelfs letterlijk gezegd. Zeker: als je voor parttime werken kiest, vallen sommige jobs buiten je mogelijkheden. Net als wanneer je niet de juiste opleiding hebt of je niet bereid bent te verhuizen. Maar het zegt niet dat je geen ambitie hebt, het zegt alleen dat je bewuste keuzes maakt. Ik ken genoeg ambitieuze mensen (zowel mannen als vrouwen) die parttime werken, zeer gedreven zijn en een mooie carrière opbouwen. Het idee dat parttime werkende vrouwen huismoeders met een bijbaantje zijn, en parttime werkende mannen softe losers, is niet van deze tijd maar bij sommige werkgevers helaas nog springlevend. Heeft een werkgever geen begrip voor jouw keuze daarin, accepteer dan dat je beter op zoek kunt naar een flexibeler organisatie.

4. “Overwerken hoort er gewoon bij.”

Met name op hogere posities en in commerciële functies wordt overwerken regelmatig als vanzelfsprekend beschouwd en soms zelfs in het contract benoemd als ‘onbetaald en inherent geacht aan de functie’. Natuurlijk werk je als betrokken werknemer wel eens langer door als dat nodig is, en daar is niets mis mee zolang het niet structureel is. Maar als jouw baas verwacht dat je ongelimiteerd beschikbaar bent voor je werk of klanten, dan neemt hij een risico met jouw gezondheid en heeft hij geen oog voor je leven naast het werk. Uitval en burnout zijn niet het gevolg van hard werken, maar wèl van daarbuiten niet kunnen opladen. Bewaak dus je grenzen, of vertrek als je voorziet dat dat niet lukt.

5. “Ik houd het graag puur zakelijk. “

Het lijkt best een verstandige uitspraak: een werkrelatie is zakelijk. Dus hoef je geen vrienden te zijn met je baas en niet privé met je collega’s om te gaan. Maar een werkomgeving waar geen aandacht is voor elkaar als mens, werkt demotiverend en heeft een bewezen nadelig effect op de prestaties. Zo werkte ik ooit bij een organisatie waar vriendschappelijk contact tussen collega’s met argusogen werd bekeken en de directeur openlijk gruwde van onze gezamenlijke lunch. Een dergelijke bedrijfscultuur stuit de huidige en toekomstige generatie werknemers tegen de borst, en in dat geval is het dan ook wachten tot de volgende crisis voordat het weer lukt om werknemers langdurig te binden. Gelukkig voor jou is dat nu niet aan de orde. Tenzij je tussen 9 en 5 van steen bent, raad ik je dan ook af te gaan werken bij een werkgever die sfeer en collegialiteit onbelangrijk vindt.

6. “Wij hebben geen HR nodig.”

Een bedrijfscultuur veranderen is voor een HR-expert al een uitdaging, maar voor individuele werknemers ondoenlijk. Toen ik ooit een werkgever dringend verzocht om te mogen bijdragen aan verbeteringen op personeelsbeleid, wuifde hij dit weg door te zeggen dat er geen behoefte aan HR was binnen zijn bedrijf, en dat hij het noodzakelijke zelf wel deed. HR gereduceerd tot contractadministratie. Resultaat: medewerkers van wie veel gevraagd werd, werden niet ontwikkeld of opgeleid, onvoldoende betrokken en gemotiveerd. Er ging aandacht naar vinden, maar niet naar het binden. De afgelopen jaren vertrok iedere nieuwe werknemer snel weer en zorgt de slechte bedrijfsreputatie voor moeite met het invullen van de ontstane vacatures. Wat rest is een kern van ongeschoolde en/of ongemotiveerde werknemers die blijft hangen, met alle gevolgen van dien. Ieder bedrijf, groot of klein, zou moeten investeren in zijn werknemers. Een baan bij een werkgever die dit belang niet ziet, zal nooit wezenlijk bijdragen aan jouw persoonlijke ontwikkeling, en aan jouw CV niet meer toevoegen dan een extra alinea. Zonde van je tijd.

Als we op sollicitatiegesprek gaan, zijn we gewend onszelf te verkopen. We plaatsen ons als vanzelf in een ondergeschikte rol, alsof alleen jij iets te verliezen hebt. Maar vergeet niet dat je potentiële werkgever niet alleen voor jou moet kiezen, maar jij óók voor hem/haar.

Jij kunt jouw kostbare uren ook maar één keer inzetten, en hebt momenteel best keuze. En bepalend voor jouw welbevinden in een nieuwe baan is toch echt óók die nieuwe baas. Zet daarom tijdens het presenteren van jouw fantastische 21st century skills ook jouw voelsprieten uit voor signalen dat je te maken hebt met een werkgever 5.1. Je ziet het soms niet meteen, maar ze zijn er nog genoeg.

Je bent gewaarschuwd!

Door Stéphanie Berris

Geef een reactie

Required fields are marked *